Ruimteboekhouding RSV

Laatste update

Volgende update

11/05/2027

Temporeel bereik

1994-2026

Op deze pagina

Bijkomende oppervlakte aan groene bestemmingen nog ver van streefdoel

Een (planologische) bestemming is een door de overheid voorgenomen landgebruik op een grond. Een bestemming is voorzien in een goedgekeurd ruimtelijk verordend plan (bv. een gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan) via stedenbouwkundige voorschriften. Deze ruimtelijke verordende plannen (ofwel ruimtelijke ‘bestemmingsplannen’) zijn een van de instrumenten waarmee de overheid het feitelijk landgebruik op het terrein probeert te sturen.  

De begroting van de ruimte, die in de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) in de ‘bindende bepalingen’ werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnames van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De “Ruimteboekhouding RSV” (RBH RSV) is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van deze streefcijfers met betrekking tot bestemmingscategorieën berekend wordt. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik. Bijgevolg geeft die geen informatie over het feitelijk ruimtegebruik weer. De gerealiseerde toestand op het terrein kan overeenstemmen met de bestemming (bv. een residentiële verkaveling in woongebied). Het huidig feitelijk gebruik kan echter ook verschillen van de bestemming (bv. actieve landbouw of een bos in industriegebied, niet-agrarische bedrijven in agrarisch gebied, of permanent wonen in recreatiegebied).

Voor de meest recent berekende toestand op 1/1/2026 werden de totaalcijfers en saldo’s (t.o.v. de RSV-nulmeting van 1994) berekend en vergeleken met de streefcijfers bepaald in de tweede gedeeltelijke herziening van het RSV (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 17 december 2010). De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel.
 


Van alle bestemmingscategorieën zitten ‘Industrie’ en ‘Recreatie’ met respectievelijk 63% en 70% van de nagestreefde toename sinds nulmeting 1994 veruit het dichtst bij de finaal door het RSV gewenste bijkomende oppervlakte voor hun categorie.

Bij de ‘groene’ bestemmingscategorieën ‘Natuur’ en ‘Bos’ is met respectievelijk 51% en 38% de doelafstand nog heel groot.  

Ook de oppervlakte van bestemmingscategorie ‘Landbouw’, die geacht wordt te krimpen, bevindt zich nog ver van het finale RSV-doel.

Planologische bestemmingen evolueren traag in de richting van de RSV-streefdoelen

Er treedt zoals gewoonlijk slechts een beperkte evolutie op in de oppervlaktecijfers van de bestemmingscategorieën.


Volgens de RSV-doelstelling wordt ‘Wonen’ geacht om stabiel te blijven t.o.v. 1994. De conceptnota van het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat in opmaak is, gaat echter uit van een daling van de oppervlakte van deze categorie. De gestage oppervlaktedaling van ‘Wonen’ in de voorafgaande jaren stabiliseerde in 2025. In 2024 versnelde deze daling nog, vooral omwille van de definitieve vaststelling van ‘watergevoelig openruimtegebied’ (WORG), een nieuw planinstrument om bebouwing in overstromingsgevoelige gebieden te weren (in totaal ruim 700 ha).

Deze vastgestelde WORG’s vormen ook de belangrijkste verklaring voor de atypische groeiversnelling in 2024 van de categorie ‘Overig groen’, die volgens het RSV geacht wordt om status quo te blijven. In 2025 zien we voor deze categorie geen nettoverandering meer, maar toekomstige WORG’s kunnen voor een verdere stijging zorgen. De afbakening van een nieuw pakket WORG’s is in voorbereiding.

De netto-oppervlaktetoename van categorieën ‘Industrie’ en ‘Recreatie’ blijft net als de afgelopen jaren stagneren. Van de categorieën die geacht worden te groeien of te krimpen zitten zij wel veruit het dichtst bij hun RSV-streefdoel.

De oppervlakte van de categorie ‘Natuur’ gaat er, na de lichte terugval in 2023, terug met ongeveer 200 ha op vooruit ten opzichte van het voorgaande jaar. De oppervlakte van de categorie ‘Bos’ groeit (net als het voorafgaande jaar) opnieuw met enkele honderden hectares. Zo bereikt ‘Bos’ de hoogste totale oppervlakte sinds de nulmeting van 1994. Tijdens het afgelopen jaar was de netto-oppervlaktetoename van deze categorieën in belangrijke mate te wijten aan de herbestemming van enerzijds grote oppervlaktes ontginningsgebieden die reeds een nabestemming natuur- of bosgebied hadden en anderzijds een aantal gedesaffecteerde militaire domeinen waarop een bestaand bos staat.

Onderlinge verschuivingen door bestemmingswijzigingen van ‘Natuur’ naar ‘Bos’ of omgekeerd zijn vooral een gevolg van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt als onderdeel van de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur (AGNAS). Op basis van de ruimtelijke visie op de gewenste natuur- en bosstructuur worden de bestaande natuur- en bosbestemmingen van het gewestplan opnieuw geëvalueerd, waarbij in functie van de ruimtelijke samenhang bepaalde ruimtelijke structuren in hun geheel als natuur- of bosgebied worden bestemd. Een herbestemming van bepaalde ecologisch waardevolle bossen van ‘Bos’ naar ‘Natuur’ leidt dan bv. tot een afname van de oppervlakte binnen de categorie ‘Bos’, terwijl in andere gebieden bijkomende bosgebieden bestemd worden (bv. in functie van de bescherming van bestaande bossen in niet-groene bestemmingen of bosuitbreiding). Alleszins blijft het zo dat globaal gezien de oppervlakte van beide categorieën samen nog aanzienlijk moet stijgen. Een verhoging van de inspanning om jaarlijks extra bestemde ‘Natuur’ en ‘Bos’ af te bakenen is dus aan de orde. 

De oppervlakte van de categorie ‘Landbouw’ krimpt traag maar gestaag verder in de richting van het RSV-streefdoel. Tijdens het afgelopen jaar was de netto-oppervlaktedaling van deze categorie beperkt (ongeveer 200 ha). Deze gebieden werden voornamelijk omgezet naar bestemmingen voor eerder harde functies zoals ‘weginfrastructuur’, ‘recreatie’, ‘bedrijvigheid’ en ‘gemeenschapsvoorzieningen’. Ongeveer 20 ha werd omgezet naar bestemmingscategorie ‘Natuur’.

Aanvullende informatie

Definitie

De begroting van de ruimte, die in de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen RSV) werd opgenomen, legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnames van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. De “Ruimteboekhouding RSV” (RBH RSV) is het monitoringsinstrument waarmee de opvolging van de streefcijfers in de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) met betrekking tot bestemmingscategorieën berekend wordt.

Een (planologische) bestemming is een door de overheid voorgenomen landgebruik op een grond. Een bestemming is voorzien in een goedgekeurd ruimtelijk verordend plan (bv. een gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan) via stedenbouwkundige voorschriften. Het gaat om een monitoring van gepland landgebruik. Bijgevolg geeft die geen informatie over het feitelijk ruimtegebruik weer.

Verantwoording en beleidscontext

De ruimtelijke verordende plannen (of ruimtelijke ‘bestemmingsplannen’) zijn een van de soorten instrumenten waarmee de overheid het feitelijk landgebruik op het terrein probeert te sturen.

De ‘begroting van de te voorziene ruimte’ en de daaraan gekoppelde monitoring via de “Ruimteboekhouding RSV” is opgenomen in de bindende bepalingen van de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) (definitief vastgesteld in december 2010). Deze begroting van de ruimte legt de kwantitatieve streefcijfers vast van de toe- en afnames van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën. Men streeft voor het ritme van die bestemmingswijzigingen een proportioneel evenwicht na tussen de nog te realiseren taakstellingen voor de verschillende bestemmingscategorieën.

De benaming “ruimteboekhouding” is indertijd ongelukkig gekozen. Het oorspronkelijke doel was een opvolging van het begrote ruimtegebruik in Vlaanderen: hoeveel ruimte was er in 1994 (de nulmeting) beschikbaar voor elk van de verschillende ruimtegebruikende functies (wonen, werken, natuur, landbouw), en wat was de wenselijke evolutie tegen 2007 na de uitvoering van de eerste versie van het RSV? Door een gebrekkig kwantitatief inzicht in het werkelijke ruimtegebruik en de planinstrumenten die beschikbaar waren, werden deze doelstellingen vertaald naar de bestemmingscategorieën op de bestaande en de nieuwe bestemmingsplannen, wat dus het geplande landgebruik weergeeft. Bovendien werden in het RSV niet voor elke RBH-categorie streefcijfers vastgelegd. Er waren vooral kwantitatieve taakstellingen voor 'Wonen', 'Recreatie', 'Industrie', 'Natuur', 'Bos' en 'Landbouw'. De andere bestemmingen werden aan 2 categorieën met ‘overige bestemmingen’ toegewezen, louter om de ‘boekhouding’ sluitend te maken, maar dus zonder beleidsmatige meerwaarde.

Doelen

In de bindende bepalingen (p. 63) van (de tweede herziening van) het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) worden kwantitatieve streefcijfers van de toe- en afnamen van de oppervlakten van de verschillende bestemmingscategorieën vastgelegd. Deze streefcijfers staan in de tabel van de tekst hierboven.

Gerelateerde documenten

Bindende bepalingen van de tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

Databronnen

Een werk-geodatabank wordt samengesteld a.d.h.v. de digitale GIS-versies van de

  • gewestplannen en gewestelijke RUP, die volledig in dit bestand verwerkt worden, tenminste voor wat betreft de voor de RBH relevante vlakvullende bestemmingszones,
  • watergevoelige openruimtegebieden (WORG), waarvan de volledige polygonen opgenomen worden (de eerste definitieve vaststellingen van dit nieuw gewestelijk planinstrument gebeurden op 19 juli 2024), en
  • provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen (BPA, RUP), waarvan enkel de afwijkende gedeelten t.o.v. het gewestplan opgenomen worden. Afwijkingen worden manueel geïnterpreteerd binnen het kader van de RBH, m.a.w. waar het lokale plan de RBH-bestemmingscategorie verandert (een woonuitbreidingsgebied dat door een lokaal plan ingevuld wordt door een woonbestemming is dus geen afwijking). Deze afwijkende vlakken zijn bovendien herinterpretaties naar gewestplanbestemmingen.

Berekeningswijze

Naast de oppervlaktes per bestemmingscategorie voor de huidige toestand worden ook de nulmeting van 1/1/1994 uit het oorspronkelijke RSV én de nulmeting van 1/1/2007 uit de tweede herziening van het RSV opgenomen. De ‘streefcijfers RSV’ gaan uit van de bijgestelde ruimtebegroting in de tweede herziening van het RSV. Deze herziening impliceerde hogere streefcijfers voor ‘Recreatie’ en ‘Industrie’ ten opzichte van het oorspronkelijk RSV. De oppervlaktesaldo's worden, conform vroegere RBH-cijfers, t.o.v. 1/1/1994 berekend. Bijkomend wordt berekend in welke mate het saldo al in de richting van de streefcijfers van de betreffende bestemmingscategorieën geëvolueerd is. Hiervoor wordt, voor de gevallen waar het relevant is, het aandeel bepaald dat het werkelijk saldo al ingevuld heeft van dit streefsaldo.

Het totaalcijfer van Vlaanderen geeft de totale oppervlakte weer waarvoor een ruimtelijk verordend plan bestaat. De som van de saldo's bedraagt afgerond +1 000 ha, omwille van de uitbreiding op zee van de havens van Zeebrugge én Oostende t.o.v. toestand 1994. Omdat in deze gevallen daadwerkelijk land werd gewonnen op de zee, worden deze oppervlaktewaarden opgenomen in de tabel met de RBH-resultaten.

De zogenaamde “strand-RUPs” (zowel de gewestelijke als de provinciale) zijn buiten deze RBH-cijfers gehouden, omdat die op plaatsen liggen waar voorheen nooit gewestplanbestemmingen van kracht waren, en de betrokken RSV-taakstellingen (‘Natuur’ en ‘Recreatie’) niet hiervoor bedoeld waren. Concreet gaat het om 503 ha die toegewezen kan worden aan de categorie ‘Natuur’ en 1 007 ha aan de categorie ‘Recreatie’. Deze oppervlaktewaarden zijn dus niet opgenomen in de tabel met de RBH-resultaten.

Voor de categorie ‘Industrie – poorten’ wordt uitgegaan van de afbakening van de zeehavens zoals juridisch vastgelegd in de betreffende gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP). Indien afbakeningslijnen vastgesteld in GRUP voorwerp zijn van vernietiging door de Raad van State (RvS), wordt teruggegrepen naar vroegere hypotheses van afbakeningen of naar andere juridische onderbouwingen. Bijgevolg werd, vanaf de berekening van toestand 1/1/2022, voor de afbakening van de linkeroever van de zeehaven Antwerpen uitgegaan van het voorkeursbesluit van het complex project Extra Containerbehandelingscapaciteit Antwerpen in plaats van de hypothetische afbakening die werd gehanteerd na de betreffende RvS-vernietiging in 2017. Op 30 maart 2022 hebben dertien partijen zich immers akkoord verklaard met het “Verbond voor de toekomst en leefbaarheid van het ommeland van de haven van Antwerpen, de polders op Linkerscheldeoever”. Dit betekent dat de procedures voor de Raad van State worden ingetrokken en dat het voorkeursbesluit standhoudt. Deze ingreep had vooral gevolgen voor de categorie ‘Industrie – poorten’, die gevoelig kleiner werd. Verder had deze aanpassing vooral impact op de categorieën ‘Landbouw’ en ‘Industrie – buiten poorten’ (waarnaar een groot deel van ‘Industrie – poorten’ overgeheveld werd), waardoor het totale oppervlaktecijfer van ‘Landbouw’ minder snel daalde en dat van ‘Industrie – buiten poorten’ steeg, hoewel in 2021 eigenlijk geen bijkomende bestemmingen naar die categorieën toe gebeurden.

Een verrekening in de Ruimteboekhouding gebeurt pas na de definitieve goedkeuring van een plan. Alle planningsprocessen die na 1/1/2026 afgerond of ver gevorderd zijn, zijn bijgevolg nog niet zichtbaar in dit resultaat.

Datakwaliteit, methodekwaliteit en verbeteringen

De foutenmarge op de berekening omwille van schaal- en nauwkeurigheidsverschillen tussen de verschillende plannen wordt opgevangen door de totaalcijfers af te ronden tot op honderdtallen.

Op 3 oktober 2025 keurde de Vlaamse Regering een besluit goed dat bevestigde dat de bestemmingen ‘agrarisch gebied met ecologisch belang en ‘agrarisch gebied met overdruk natuurverweving’ ingedeeld moeten worden bij de categorie ‘Landbouw’. Dit besluit had enkel impact op de cijfers van toestanden 2024 en 2025, waarvoor deze zones, gevolg gevend aan een eerdere uitspraak van de Raad van State, toebedeeld waren aan ‘Overig groen’ in plaats van aan ‘Landbouw’. Het besluit draaide deze toewijzing dus terug om. Voor toestand 2024 gaat het in totaal om 270 ha en voor 2025 om 710 ha. De aanpassing gebeurde voor een aantal zones in het gewestelijk RUP ‘Rond Ronse’ (2023) en het gewestelijk RUP ‘Vallei van de Kleine Nete en Aa van Kasterlee tot Grobbendonk’ (2024).

Voor een zestal BPA’s (in Brecht, Schilde, Buggenhout en Nazareth) was een aantal zones foutief toegewezen aan ‘Recreatie’ terwijl er permanent wonen is toegelaten. In de ruimteboekhoudingscijfers van 2009 t.e.m. 2025 “verschuift” daardoor ongeveer 300 ha ‘Recreatie’ naar ‘Wonen’. Voor toestanden 2007 en 2008 is het effect van deze ingreep kleiner.

Voor toestanden 2007, 2008 en 2009 werden enkele aanpassingen doorgevoerd in de basisdata van het gewestplan met minder impact op de totaalcijfers dan de hierboven beschreven wijzigingen. In de voorgaande versie van deze jaargangen waren ten onrechte enkele arresten van de Raad van State verwerkt die dateren van een latere datum.

Voor de berekening van toestand 2025 werd een verbetertraject afgerond waarbij enerzijds nog enkel ontbrekende Raad van State-vernietigingen (vooral op de gemeentelijke en provinciale plannen) en anderzijds tijdens de afgelopen jaren uitgevoerde correcties op de digitale versie van de gewestplannen in de databank werden geïntegreerd. Deze correcties werden met terugwerkende kracht ook doorgerekend in de jaarlijkse werkdatabanken tot en met 2007. Daarnaast werd ook voor de nulmeting van 1994 een gecorrigeerde versie gemaakt. Deze datacorrecties lieten toe om de jaarlijkse indicator voor al deze jaren opnieuw te berekenen, en dus ook een nieuwe, verbeterde tijdreeks samen te stellen.

Gerelateerde documenten

Tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

Laatste update

Volgende update

11/05/2027

Periodiciteit
Jaarlijks
Temporeel bereik

1994-2026

Geografisch bereik
Vlaanderen

Deze indicator hoort bij de volgende onderwerpen

Verwante indicatoren