Landgebruik

Laatste update

Temporeel bereik

2013-2019

Akker en graslanden domineren het landgebruik in Vlaanderen. Bijna de helft van de oppervlakte is hiervoor in gebruik. Het grasland is een combinatie van cultuurgraslanden, natuurlijke graslanden en recreatief grasland, en is dus deels in gebruik voor de landbouw en deels meer natuurlijk of recreatief van aard. 

De derde grootste categorie in oppervlakte, na akker en graslanden, is de ‘huizen en tuinen’. Huisvesting neemt meer dan 12% van de totale Vlaamse oppervlakte in. Deze categorie bevat ook de zelfstandigen die een economische activiteit uitoefenen en impliceert dus een verweven landgebruik tussen wonen en werken. Iets meer dan 10% van Vlaanderen, bijna 140.000 ha, is bos volgens deze landgebruikskaart. Dit cijfer ligt in de buurt van de cijfers die worden gerapporteerd door de Bosinventaris. Uit de eerste en de tweede bosinventaris werd immers besloten dat de bosoppervlakte in Vlaanderen sinds 2000 constant is gebleven op afgerond 140.000 ha. 

De overige bebouwde terreinen nemen 3,3% van de oppervlakte van Vlaanderen in. Dit zijn percelen waarop een gebouw staat, maar waarbij de functie van het gebouw niet kon worden achterhaald op basis van de gebruikte databronnen. De overige onbebouwde terreinen strekken zich uit over 3,4% van Vlaanderen. Van deze terreinen weten we dat er geen gebouw aanwezig is, maar dat ze wel een artificieel landgebruik toegekend kregen volgens de biologische waarderingskaart.

De figuur toont de evolutie in de oppervlakte van de verschillende landgebruikscategorieën in de periode 2013-2019. De landgebruikskaarten voor beide jaartallen werden met elkaar vergeleken. De landgebruikskaart van 2013 werd aangepast aan de nieuwste inzichten. De gerapporteerde cijfers voor 2013 zijn hierdoor licht verschillend van deze in het rapport van de landgebruikskaart, toestand 2013 (Poelmans et al., 2016).

Voor de meeste categorieën vertonen 80 tot 90% van de locaties waar het landgebruik voorkwam in 2013 nog altijd hetzelfde landgebruik in 2019. Tussen de verschillende categorieën treden lokaal verschuivingen op. Deze zijn een combinatie van werkelijke veranderingen en verbeteringen en aanpassingen in de basisdata en kartering van de activiteiten.
Twee voorbeelden van wijzigingen die vooral verklaard worden door de basisdata: Er is een grote ‘uitwisseling’ tussen de categorieën ‘Huizen en tuinen’ en ‘Overige bebouwde terreinen’: 5% van de huizen en tuinen in 2019 waren in 2013 nog ‘overig bebouwd perceel’ en 4% van de huizen en tuinen uit 2013 wijzigen in ‘overig bebouwd perceel’ in 2019. De residentiële categorie wordt in kaart gebracht op basis van adresgegevens vanuit het rijksregister. Tijdelijk leegstaande woningen of woningen in opbouw waar (tijdelijk nog) niemand gedomicilieerd is, werden niet ondergebracht in de categorie ‘Huizen en tuinen’, maar in de categorie ‘overige bebouwde percelen’.

Ook tussen de economische activiteiten treden er veel verschuivingen op, onder meer door de manier waarop de economische landgebruiken in kaart zijn gebracht in de databank met Bedrijventerreinen, in de VKBO-databank of in de databank met gebruikspercelen van de Bedrijventerreinen. Ook verbeteringen of aanpassingen bij het in kaart brengen van de locatie van voorzieningen en in de VKBO kunnen leiden tot verschuivingen tussen verschillende economische sectoren.

Wat we wel uit de data kunnen afleiden is dat in de periode 2013-2019 vooral ‘grasland’ verdwenen is in Vlaanderen. Dit neemt netto af met meer dan 20.000 ha (ongeveer 9,1 ha/dag). Graslanden gaan onder andere verloren door een wijziging van het landgebruik naar ‘akker’, ‘bos’, ‘overige bebouwde terreinen’, en ‘huizen en tuinen’.

 Binnen de ‘open ruimte’ (landgebruikscategorieën bos, akkerland, grasland, struikgewas, braak, moeras) is de categorie ‘akkerland’ sterk gegroeid. Tussen 2013 en 2019 nam de oppervlakte voor akkerland toe met bijna 4.200 ha, ongeveer 1,9 ha/dag. Het gaat hierbij vooral om wijzigingen binnen verschillende landbouwteelten waarbij weilanden (uit de categorie ‘Grasland’) roteren naar een teelt die als ‘Akkerland’ wordt beschouwd op de kaart.

De omvorming van grasland naar akkerland is sterk toegenomen de laatste jaren – onder meer omdat oudere landbouwers (met veeteelt of gemengd bedrijf) hun activiteiten stopzetten en pachters de grond bewerken voor andere teelten (Gommers & Verhaegen, 2021). De omzetting van gras naar akker en omgekeerd kan verklaard worden door de flexibiliteit die landbouwers hebben op bedrijfsniveau. Uit de cijfers van het departement Landbouw & Visserij (perceelsregistratie) blijkt dat tussen 2014 en 2019 bovendien het permanent grasland is afgenomen ten nadeel van het areaal tijdelijk grasland, wellicht omdat dat beter past in een moderne bedrijfsvoering en omdat aan het statuut van permanent grasland meer voorwaarden gekoppeld zijn o.a. in het kader van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid, maar ook natuurbeleid en erosie (Crevits, 2020). 

Ook de toename van het landgebruik ‘water’ is opvallend. De oppervlakte ‘water’ is toegenomen met circa 2900 ha (1,3 ha/dag). Ook hier gaat het vooral om gronden die in 2013 werden gebruikt als grasland.
In absolute termen kan de grootste netto-groei gevonden worden in de categorie ‘Huizen en tuinen’ (meer dan 5.300 ha netto-groei, ongeveer 2,4 ha/dag). Een deel van de recente ‘huizen en tuinen’ nemen de plaats in van voormalige graslanden (netto 1.900 ha), of van ‘overige onbebouwde gronden’ (netto 1.500 ha). Hierbij gaat het om greenfieldontwikkeling, het aansnijden van nog niet ontwikkelde gronden.

Het landgebruik ‘Transportinfrastructuur’ neemt toe met meer dan 2.200 ha netto-groei, ongeveer 1 ha/dag. De categorie ‘landbouwgebouwen en -infrastructuur’ groeit in deze periode met iets meer dan 1.400 ha, en de groei van de diensten en commerciële sector bedraagt respectievelijk 1.200 ha en 500 ha. De industrie groeit met 1.000 ha.

We constateren een globale verschuiving van zacht naar hard landgebruik. Deze evolutie is niet uniek in West-Europa. In de SUPERstudie van Espon (van Schie et al., 2020) werd het wijzigend landgebruik in Europa onderzocht in de periode 2000-2018. In totaal werd 8,6 keer meer land gewijzigd naar een hard landgebruik dan omgekeerd.

Aanvullende informatie

Definitie

Het concept ‘landgebruik’ verwijst naar het daadwerkelijke gebruik van de grond voor welbepaalde menselijke activiteiten (zoals huisvesting, industrie en diensten, recreatie,…) of teelten (zoals akkerbouw, grasteelt,...) of natuurlijke begroeiing (zoals bos, struikgewas,...). Het werkelijke landgebruik van een locatie is niet noodzakelijk identiek aan de juridisch-planologische bestemming van deze locatie.
Gronden kunnen bestemd zijn als woongebied, maar effectief in gebruik zijn als grasland of akkerland. De landgebruikskaart bevat geen informatie over de planologische bestemming.

Eenheid: zie figuren

Verantwoording

Het landgebruiksbestand dient als basis voor de opmaak van de landgebruikskaart en als basis voor de opmaak van het ruimtebeslag.

Contextbeschrijving

Het concept landgebruik wordt in het Ruimterapport Vlaanderen (RURA), de Vlaamse openbare statistieken en de Strategische visie Beleidsplan Ruimte Vlaanderen gehanteerd.

Doelen

  • De opmaak van het landgebruiksbestand is het resultaat van een voortschrijdende ontwikkeling en is gebaseerd op de combinatie van de in Vlaanderen best beschikbare ruimtelijke informatie (GIS-lagen en andere (ruimtelijke) databanken). In het kader van de opmaak van dit landgebruiksbestand werd met andere woorden geen gericht terreinwerk uitgevoerd. Doel is om minstens een 3-jaarlijkse update te doen om op die manier evoluties in het landgebruik in Vlaanderen te kunnen monitoren. Dit op basis van de best beschikbare datalagen op dat moment. Het is daarom belangrijk dat de procedure op punt staat en dat de databronnen die aan de basis liggen op regelmatige tijdstippen worden geactualiseerd. Voordeel hiervan is dat ook de afgeleide producten van het landgebruiksbestand op regelmatige basis kunnen bijgewerkt worden, zodat ook voor deze afgeleide landgebruikskaarten en indicatoren een consistente tijdsreeks kan opgebouwd worden. ‘Ruimtebeslag’ is zo’n afgeleid product van het landgebruiksbestand.
  • De  Vlaamse  Regering  keurde  op  20  juli  2018  de  strategische  visie  van  het  Beleidsplan
    Ruimte Vlaanderen goed, met daarin een strategische doelstelling nummer 1:
    “Verminderen van het bijkomend ruimtebeslag: Het bijkomend gemiddeld
    dagelijks ruimtebeslag is tegen 2040 teruggedrongen tot 0 hectare.”
  • Daarnaast wordt een tussentijdse doelstelling geformuleerd:
    “De  daling  van  de  gemiddelde  dagelijkse  ruimte-inname  van  6  ha/dag  naar  0
    ha/dag  volgt  een  ambitieus  ritme,  waarbij  tegen  2025  de  dagelijkse  ruimte-
    inname beperkt is tot 3 ha/dag.

Gerelateerde beleidsdocumenten

Berekeningswijze

Het landgebruik is gebaseerd op 4 niveaus van het 'landgebruiksbestand 2019'. Meer bepaald wordt het ruimtebeslag gedefinieerd door een combinatie van een aantal landgebruikscategorieën op de verschillende niveaus. Voor meer technische details over de totstandkoming van het onderliggende 'landgebruiksbestand' en over de gehanteerde methode van toewijzing tot de indicator 'ruimtebeslag' wordt verwezen naar het rapport Poelmans L., Janssen L., Hambsch L. (2021) Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019

Referenties

Poelmans, L., Janssen, L., Hambsch, L. (2021), Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019, uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving. https://archief-algemeen.omgeving.vlaanderen.be/xmlui/handle/acd/449392

Poelmans, L., Van Esch, L., Janssens, L. & Engelen, G. (2016). Eindrapport. Landgebruiksbestand voor Vlaanderen, 2013, uitgevoerd in opdracht van Ruimte Vlaanderen.

Crevits, H. (2020). Schriftelijke vraag nr. 369 Blijvend grasland - stand van zaken. Brussel: Vlaams Parlement

van Schie, M., Evers, D., Ritsema van Eck, J., Schmidt-Seiwert, V., Hellings, A., Binot, R. & Kiel, L. (2020). SUPER – Sustainable Urbanisation and Land Use Practices in European Regions. Applied Research. Annex 1 – Evidence on developments. Luxemburg: ESPON.

Datakwaliteit, methodekwaliteit en mogelijke verbeteringen

De onzekerheden en beperkingen worden beschreven in het rapport Poelmans L., Janssen L., Hambsch L. (2021) Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 2019

Databronnen

  • Producent: De indicator werd berekend door VITO in opdracht van het departement Omgeving. 
  • Dataset: De databronnen worden beschreven in het rapport Poelmans L., Janssen L., Hambsch L. (2021) Landgebruik en ruimtebeslag in Vlaanderen, toestand 201

 

Laatste update

Periodiciteit
3-jaarlijks
Temporeel bereik

2013-2019

Geografisch bereik
Vlaanderen

Deze indicator hoort bij de volgende onderwerpen