Inwonersdichtheid binnen residentieel ruimtebeslag

Laatste update

Volgende update

1/07/2027

Temporeel bereik

2013-2022

Op deze pagina

Inwonersdichtheid binnen residentieel ruimtebeslag stijgt licht

Het ruimtebeslag is het deel van de ruimte dat ingenomen wordt door onze nederzettingen – dus dienend voor huisvesting, industrie, handel, diensten, transport en recreatie – en land- en tuinbouwinfrastructuur, zoals stallen en serres. In 2022 neemt het ruimtebeslag 441 512 ha in Vlaanderen in, wat neerkomt op 32,4% van het grondgebied. Vlaanderen is dus een zeer verstedelijkte regio, met nog relatief weinig ruimte voor natuur en landbouw in vergelijking met de rest van Europa.

Eén van de doelstellingen van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is om het bijkomend ruimtebeslag tegen 2040 terug te dringen tot 0 hectare. Hiervoor is het nodig om de ontwikkeling van woongelegenheden, werkplekken, voorzieningen en infrastructuren zoveel mogelijk een plaats te geven binnen het bestaand ruimtebeslag. Dit komt neer op bestaande bebouwde ruimtes transformeren en zo weinig mogelijk open en onbebouwde ruimte innemen. Het ruimtelijk rendement moet met andere woorden omhoog door meer activiteiten op dezelfde oppervlakte te organiseren. Verhogen van het ruimtelijk rendement mag echter niet gepaard gaan met het aantasten van de leefkwaliteit en klimaatbestendigheid van het ruimtebeslag. Daarom moet voldoende kwalitatief en goed bereikbaar groen voorzien worden via bijvoorbeeld groenblauwe dooradering.

Huisvesting is de grootste ruimtevrager binnen het ruimtebeslag: residentieel ruimtebeslag maakte tussen 2013 en 2022 gemiddeld 54% uit van het totale ruimtebeslag in Vlaanderen. Er valt met andere woorden veel winst te boeken door het ruimtegebruik voor wonen te intensiveren, wat neerkomt op een hoger aantal inwoners per oppervlakte-eenheid residentieel ruimtebeslag. Tussen 2013 en 2022 stegen de inwoners- en huishoudensdichtheid binnen het residentieel ruimtebeslag licht, respectievelijk
van 27,8 naar 28,2 inwoners per ha (+1,4%) en van 11,7 naar 12,2 huishoudens per ha (+3,8%). De huishoudensdichtheid groeide de afgelopen jaren sterker dan de inwonersdichtheid door de toename van kleinere huishoudens. De bevolking (inwoners +5% en huishoudens +7,4%) nam daarnaast sneller toe dan het residentieel ruimtebeslag in Vlaanderen, dat met 3,5% groeide in dezelfde periode. Dit wijst op intensivering: er wonen met andere woorden steeds meer inwoners én huishoudens binnen het residentieel bebouwd weefsel.


Vlaamse centrumsteden zijn het dichtstbevolkt, Brusselse rand intensiveert het sterkst

De inwonersdichtheid binnen het residentieel ruimtebeslag van de gemeenten varieerde in 2022 tussen 8 en 132 inwoners per ha, met een mediaan van 22,4 inwoners per ha. Naast de Vlaamse centrumsteden en binnen de Vlaamse Ruit, kennen ook de kustgemeenten, de Brusselse rand en Zuid-West-Vlaanderen een hogere dichtheid. In de Westhoek en Oost-Brabant is het aantal inwoners per ha residentieel ruimtebeslag eerder laag. 


In 38% van de gemeenten daalde de inwonersdichtheid binnen het residentieel ruimtebeslag tussen 2013 en 2022. Vooral in West-Vlaanderen is de afname opvallend, met Veurne als sterkste daler (-21,7%). Deze negatieve trend wordt bepaald door een sterke groei van het residentieel ruimtebeslag die niet gepaard gaat met een gelijkaardige groei van het inwonersaantal. In deze gemeenten, met reeds een eerder lage dichtheid in 2013 (gemiddeld 23,4 inwoners per ha), wordt de ruimte voor huisvesting dus nog minder intensief gebruikt dan tien jaar geleden.

In 17% van de Vlaamse gemeenten groeide de inwonersdichtheid binnen het residentieel ruimtebeslag met meer dan 5% tussen 2013 en 2022. Toenames van meer dan 10% komen voornamelijk voor rond Brussel, zoals in Sint-Pieters-Leeuw, Wemmel, Machelen en Vilvoorde (met +13,6% de sterkste stijger). Deze gemeenten, met reeds een hoge gemiddelde dichtheid van 59,6 inwoners per ha in 2013, zagen hun aantal inwoners sterk groeien, terwijl hun residentieel ruimtebeslag slechts beperkt toenam of zelfs kromp. In andere gemeenten waar de dichtheid met meer dan 10% toenam, zoals Staden en Houthulst (gemiddeld 17,2 inwoners per ha in 2013), komt de beperkte absolute groei van het lage aantal inwoners overeen met een relatief hoge toename van de dichtheid. In beide gevallen vindt dus wel residentiële intensivering plaats.


Wijken met laagste dichtheden liggen in de Westhoek, Noord-Limburg en Kempen

Op het niveau van de statistische sectoren komen voornamelijk de kernen met hun hoog aantal inwoners per ha residentieel ruimtebeslag sterk naar voren. In de Vlaamse Ruit en Vlaams-Brabant zijn de hogere dichtheden niet alleen in de kernen, maar ook verspreid over andere sectoren terug te vinden.
Voornamelijk in de Westhoek, de Kempen en Noord-Limburg is er daarentegen een sterk contrast tussen de hogere dichtheden in de kernen en de lagere in de wijken errond. Een lagere inwonersdichtheid binnen residentieel ruimtebeslag geeft aan dat de inwoners hier doorgaans minder ‘dicht op elkaar’ en dus in grotere huizen en tuinen wonen. Deze sectoren hadden vaak al een lage dichtheid in 2013 en lijken nog minder dichtbevolkt te worden doorheen de tijd. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat een kleine absolute afname van hun laag aantal inwoners relatief gezien een grote impact heeft op de dichtheid.

Inwonersdichtheid binnen residentieel ruimtebeslag 2022 - statistische sectoren
Relatieve verandering van inwonersdichtheid binnen residentieel ruimtebeslag 2022 t.o.v. 2013 - statistische sectoren

Aanvullende informatie

Deze indicator hoort bij de volgende onderwerpen

Verwante indicatoren