Broeikasgasproductiviteit
- Laatste update
-
- Temporeel bereik
-
2000-2022
Op deze pagina
De Vlaamse broeikasgasproductiviteit verbetert
De broeikasgasproductiviteit geeft de verhouding weer tussen het reëel bruto binnenlands product (BBP) en de uitstoot van broeikasgassen, uitgedrukt in kg CO2-equivalenten. Voor beide variabelen is 2005 het referentiejaar. Voor deze indicator wordt enkel gekeken naar de Vlaamse uitstoot exclusief deze van de huishoudens. Enkel de emissies van economische activiteiten worden dus beschouwd. In de data van de Vlaamse economische activiteiten zitten wel nog de broeikasgasemissies van het transport dat afkomstig is van de huishoudens.
De hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen van de Vlaamse economische activiteiten, dus exclusief de uitstoot van huishoudens, daalt sinds 2005, terwijl het BBP toeneemt. De broeikasgasproductiviteit verbetert dus doorheen de tijd. In 2020 zorgde de sterke daling in de broeikasgasuitstoot, door onder andere verminderd transport en het stilleggen van heel wat economische activiteiten, ervoor dat de daling in het BBP teniet werd gedaan en de broeikasgasproductiviteit toch toenam. In 2021 namen het BBP en de broeikasgasemissies terug toe, maar bleef de broeikasgasproductiviteit toch verbeteren. Deze trend werd verdergezet in 2022.
Broeikasgasemissies dalen vooral in de energie(productie)sector, de industrie en bij de huishoudens
Op economische sectorniveau zien we dat de grootste reducties in broeikasgasemissies doorheen de tijd gerealiseerd worden in de energiesector, de industrie en bij de huishoudens. De totale uitstoot over alle sectoren en de huishoudens heen daalde met 25% in 2022 t.o.v. 2005. Meer details over de broeikasemissies en de evolutie per sector kunnen teruggevonden worden op volgende webpagina.
De belangrijkste reducties in broeikasgasemissies kwamen tot stand in de energiesector. Dat is te danken aan de sluiting van enkele elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen, de uitbouw van de productie van hernieuwbare energie voor elektriciteit en warmte, en een verbetering van de energie-efficiëntie.
Bij de industrie is de afname in broeikasgasemissies het gevolg van verbeteringen in energie-efficiëntie door het Europees emissiehandelssysteem en door de energieconvenanten met de Vlaamse overheid. Ook de verplaatsing van industriële activiteiten naar andere landen speelt hier een rol.
In de transportsector stellen we een lichte daling vast van broeikasgasemissies. Het lagere brandstofverbruik van voertuigen volstaat echter niet om de gevolgen van de toename van de hoeveelheid transport sterk te compenseren. Sinds 2016 slagen de maatregelen er wel stilaan in om de groeiende vraag naar mobiliteit te compenseren. Deze groeiende vraag kan deels verklaard worden door de grote verspreiding van de bebouwing in Vlaanderen. Die zorgt er namelijk voor dat veel Vlamingen sterk afhankelijk blijven van hun auto voor verplaatsingen. Ook het blijvende fiscale voordeel van bedrijfswagens ontmoedigt niet om de auto minder te gebruiken. Het aantal bedrijfswagens in Vlaanderen blijft ook, met uitzondering van 2020, toenemen.
De emissies in de landbouwsector daalden tot 2008 door de afbouw van de veestapel, strengere bemestingsnormen in het kader van het mestbeleid, productiviteitsstijgingen en een daling van het energiegebruik door investeringen in energiebesparende en hernieuwbare technologieën. Sinds 2008 zijn de totale broeikasgasemissies in de landbouwsector min of meer stabiel. De laatste jaren namen ze zelfs terug licht toe, waardoor de eerdere afname teniet gedaan werd.
Productiviteitsindicatoren beschouwen enkel de broeikasgasemissies op het Vlaamse grondgebied. Ongeveer 60% van de broeikasgasuitstoot door Vlaamse consumptie ontstaat in het buitenland en wordt dus niet meegenomen in deze cijfers. Om de volledige koolstofvoetafdruk van onze consumptie te bepalen, moet ook rekening gehouden worden met de import van consumptiegoederen en gecorrigeerd worden voor export. In 2019 (de meest recente data) waren de broeikasgasemissies die de consumptie in het Vlaamse Gewest veroorzaakte buiten het Vlaamse Gewest 60% hoger dan de broeikasgasemissies die in het gewest ontstonden voor de productie voor export. Vlaanderen besteedt dus netto broeikasgasemissies uit aan het buitenland.
Meer details over de evolutie van onze koolstofvoetafdruk zijn te vinden op Koolstofvoetafdruk.
De Vlaamse broeikasgasproductiviteit staat achteraan in de Europese middenmoot
In vergelijking met de andere Europese landen staat Vlaanderen eerder achteraan in de middenmoot. Wanneer we enkel naar de buurlanden kijken, scoort Vlaanderen het laagst.
Deze positie van Vlaanderen kan deels verklaard worden door de samenstelling van onze economie. Zo hebben we een relatief hoog aandeel industrie in energie-intensieve sectoren zoals staal, raffinage en chemie. Daarbij komt een hoge hoeveelheid goederenvervoer en een intensieve landbouwsector.
Daarnaast maken diverse factoren vooruitgang t.o.v. andere landen moeilijker in de specifieke sectoren.
De relatief lage broeikasgasproductiviteit in de industrie is vooral te wijten aan een belangrijke aanwezigheid van energie-intensieve sectoren als staal, raffinage en chemie. De technologische prestatie van de industrie op vlak van energie ten opzichte van andere landen is moeilijk te beoordelen. Regulering is vooral Europees georganiseerd door het emissiehandelssysteem.
Op vlak van transport is de stand van de technologie in Vlaanderen niet anders dan in andere landen. Het wagenpark is ook relatief nieuw. Hier speelt vooral de toegenomen hoeveelheid transport een rol, vooral in het wegverkeer. Dit is vooral te wijten aan het vrachtvervoer, waar we ten opzichte van de meeste Europese landen een iets grotere toename zien. Ook op vlak van personenvervoer zien we geen echte daling in het absolute aantal personenkilometers. Het grootste deel van de inspanning in de transportsector moet dus nog in de komende jaren plaatsvinden. Meer informatie kan teruggevonden worden op volgende webpagina.
De evolutie in de broeikasgasproductiviteit is zeer gelijkaardig in de verschillende Europese landen en verbetert gemiddeld genomen over alle landen heen.
Aanvullende informatie
De beschouwde broeikasgassen zijn CO2, N2O, CH4, HFC, PFC, SF6 en NF3 (allen in CO2-equivalent). Het gaat hier om de broeikasgasemissies door de verbranding van fossiele brandstoffen. Het zijn directe emissies, uitgestoten op Vlaams grondgebied, inclusief de bijschatting van verkochte brandstof voor het wegverkeer en binnenlandse zeescheepvaart conform internationale rekenregels en exclusief bunkers, sinks, emissies & sinks uit bossen en indirecte effecten. Om de evolutie binnen Vlaanderen doorheen de tijd te bekijken is het BBP uitgedrukt in kettingeuro's met referentiejaar 2015. Het BPP in kettingeuro’s is een synoniem voor het BBP in constante prijzen en wordt berekend aan de hand van het groeipercentage. Bij een vergelijking tussen landen is het BBP uitgedrukt in euro koopkrachtpariteiten, omdat zo'n vergelijking niet mogelijk is met kettingeuro's.
Om tot de broeikasgasemissies van louter de economische activiteiten te komen, werden de broeikasgasemissies van de huishoudens afgetrokken van de totale broeikasgasemissies van een land en Vlaanderen. Omdat op Vlaams niveau de broeikasgasemissies uitgestoten door het transport van huishoudens niet vervat zitten in de broeikasgasemissiegegevens van de huishoudens, worden deze niet van de totale emissies afgetrokken. De gegevens van deze indicator stellen dus de broeikasgasemissies van alle economische activiteiten voor, inclusief de broeikasgasemissies van het transport van huishoudens. Dit geldt ook voor de Europese gegevens.
Brondata
VMM – Broeikasgasemissies
VMM – Broeikasgasemissies per sector
VMM - Totale broeikasgasuitstoot per gas (ETS en ESR)
Statistiek Vlaanderen - BBP Vlaanderen
Statistiek Vlaanderen - BBP Europese landen
Eurostat – Broeikasgasemissies Europa per NACE Rev. 2 activiteit
- Laatste update
-
- Temporeel bereik
-
2000-2022